Groen licht voor invoering nieuw stelsel opleidingen gezondheidszorg
Persbericht | 26-06-1996 | Directie Communicatie
Dit is een gezamenlijk persbericht van de Nederlandse Zorgfederatie en de daarbij aangesloten verenigingen en de ministeries van VWS en OCenW.
Het nieuwe opleidingenstelsel voor verpleegkundige en verzorgende beroepen in de gezondheidszorg kan per 1 augustus 1997 van start gaan. Vanmiddag tekenden de Nederlandse Zorgfederatie en de daarbij aangesloten verenigingen en de bewindslieden van OCenW en VWS een overeenkomst over dit nieuwe opleidingenstelsel. In het nieuwe stelsel worden de huidige inservice-opleidingen van de zorginstellingen en de huidige opleidingen uit het leerlingwezen, mbo en hbo ondergebracht. Vanaf 1 augustus 1997 is nu sprake van één geïntegreerd opleidingsstelsel voor verpleegkundigen en verzorgenden. De verantwoordelijkheid voor alle opleidingen wordt bij het ministerie van OCenW gelegd.
De overeenkomst is een vervolg op het Convenant dat partijen in mei 1995 afsloten, waarin beschreven stond onder welke voorwaarden het inservice-onderwijs door de zorginstellingen overgedragen zou worden aan OCenW. Alvorens tot definitieve overdracht overgegaan kon worden, moest eerst duidelijkheid ontstaan over onder meer de inhoud en vormgeving van de nieuwe opleidingen en de kosten die de zorginstellingen zouden uitsparen als het theoretische deel van de opleiding niet meer voor hun rekening zou komen. De Commissie Kwalificatiestructuur (onder voorzitterschap van prof. drs J. van Londen) is inmiddels met een advies over de inhoud en vormgeving van de nieuwe opleidingen gekomen; dit is vandaag ook gepresenteerd. Inmiddels is over alle aspecten overeenstemming bereikt.
Op landelijk niveau zijn nu de kaders vastgesteld, die zowel door onderwijsinstellingen als door zorginstellingen op lokaal of regionaal niveau verder uitgewerkt moeten worden. De overeenkomst is ondertekend door de beide bewindslieden, de voorzitter van de NZf en de voorzitters van de NVZ vereniging van ziekenhuizen, de Nederlandse Vereniging voor Verpleeghuiszorg, de Nederlandse Vereniging voor Geestelijke Gezondheidszorg en de Nederlandse Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland.
Waarom een nieuw stelsel?
De opleidingsstructuur in de gezondheidszorg kent op het moment een groot aantal verschillende opleidingswegen tot verpleegkundigen en verzorgenden. Al lange tijd werd gesproken over het realiseren van een geïntegreerd stelsel van opleidingen dat moest aansluiten op ontwikkelingen in de sector, zoals bijvoorbeeld de toenemende samenwerking tussen zorgvoorzieningen. De nieuwe opleidingen worden gekenmerkt door hun ?brede karakter?. Na hun opleiding beschikken deelnemers over duurzame en wendbare kennis en vaardigheden, waarmee zij in alle zorgsituaties aan de slag kunnen. Dit bevordert hun mobiliteit in de zorgsector. Het stelsel is ook zodanig opgezet, dat makkelijk over te stappen is naar een hoger of lager opleidingsniveau. Een ander voordeel van dit nieuwe stelsel is dat op regionaal niveau een betere afstemming plaatsvindt tussen zorginstellingen en opleidingsscholen over personeelsbehoefte en daaraan gekoppelde opleidingscapaciteit, door planning op middellange termijn.
Inhoudelijke condities
Het nieuwe onderwijsaanbod voor de verpleegkundige en verzorgende beroepen wordt ondergebracht in een heldere, samenhangende kwalificatiestructuur voor het secundair en hoger beroepsonderwijs. De basis hiervoor is gelegd in het eindrapport van de Commissie Kwalificatiestructuur, een en ander past binnen de afspraken die in de overeenkomst zijn vastgelegd. In het nieuwe stelsel komen opleidingen op verschillende niveaus (niveau 2, 3 en 4 vallend onder de Wet Educatie en Beroepsonderwijs en niveau 5 vallend onder de Wet Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek); binnen deze niveaus worden verschillende differentiaties aangeboden. De verpleegkundige opleidingen - zowel op het secundair als het hoger beroepsonderwijs niveau - voldoen aan de eisen zoals deze zijn gesteld in het Besluit opleidingseisen verpleegkundige Wet BIG (het Ministerie van VWS toetst de opleidingen aan deze eisen).
In het nieuwe stelsel wordt het onderwijs aangeboden in twee leerwegen. Binnen het secundair beroepsonderwijs (de niveaus 2, 3 en 4) is er sprake van een beroepsbegeleidende leerweg (30% theorie en 70% praktijk) - de opvolger van het oude inservice-onderwijs - en een beroepsopleidende leerweg (70% theorie en 30% praktijk). Ook in de opleidingen binnen het hoger beroepsonderwijs (niveau 5) is ruime aandacht voor de praktijkcomponent (HBO-V: 2300 praktijkuren en worden mogelijkheden onderzocht voor een praktijkgerichte leerweg met een aanzienlijke theoriecomponent).
Organisatorische en bestuurlijke condities
De nieuwe opleidingen vallen onder het ministerie van OCenW. De zorginstellingen zijn verantwoordelijk voor het bieden van kwantitatief en kwalitatief voldoende stage- en leer-arbeidsplaatsen. De onderwijsinstellingen zijn verantwoordelijk voor het realiseren van die opleidingscapaciteit die kan voorzien in de regionaal door zorg- en onderwijsinstellingen jaarlijks vastgestelde personeelsbehoefte.
Financiële condities
Voor het nieuwe opleidingsstelsel komt één integrale financiering. Om de nieuwe opleidingen te bekostigen wordt éénmaal een bedrag van 198,1 miljoen gulden overgeheveld naar OCenW (188,1 miljoen vanuit de intramurale zorgsector i.v.m. uit te sparen kosten theoretisch deel huidig inservice onderwijs plus prijs-indexering; 10 miljoen vanuit VWS i.v.m. uitbreiding van het theoretische deel van de verpleegkundige opleidingen).
In de overeenkomst en de bijbehorende integrale notitie van de Coördinatiegroep voor de opleidingen verpleging en verzorging staan verdere afspraken die te maken hebben met de invoering van het nieuwe stelsel. Het gaat hierbij onder meer over de personeelsaspecten, de huisvesting en de overdracht.
De overeenkomst wordt toegezonden aan de Tweede Kamer, de BVE-Raad en de HBO-Raad.