12-10-2007 | Directie Media, Letteren en Bibliotheken
Bijna elke stad, dorp of wijk heeft een openbare bibliotheek. De bibliotheken zijn laagdrempelige centra voor educatie, kunst en cultuur. Mensen lopen makkelijk even naar binnen en het lidmaatschap is niet zo duur. Bibliotheken zijn dan ook populair onder alle lagen van de bevolking.
Juist omdat bijna alle mensen wel eens in de bibliotheek komen, vindt de overheid het een goed idee om de functie van de bibliotheek uit te breiden. Bibliotheken kunnen bijvoorbeeld een rol spelen bij voorlichting over gezondheid, of helpen bij inburgering. Ook kunnen ze van dienst zijn als ontmoetingsplaats. Vooral op het platteland, waar zoveel ander voorzieningen hun deuren sluiten. Bibliotheken zijn bovendien experts in informatieverwerking. Ze kunnen informatie goed opzoeken, toegankelijk maken, beoordelen en onafhankelijk presenteren. Het is in onze kennissamenleving belangrijk dat iedereen van deze expertise kan profiteren. Vooral ook de scholen, en daarom werken bibliotheken aan een gedegen ondersteuning van het onderwijs.
Bibliotheken moeten wel met hun tijd meegaan. Hun dienstverlening mag niet verouderen. Daarom heeft het kabinet extra geld gereserveerd om de bibliotheken te vernieuwen en de dienstverlening te verbeteren. Om dit doel te bereiken, moet het bibliotheekstelsel versterkt en geherstructureerd worden.
Versterken kan bijvoorbeeld door personeel te scholen in nieuwe digitale technieken, door de invoering van kwaliteitszorg en certificering en door meer te investeren in samenwerking.
Herstructureren betekent opnieuw vormgeven. De grootste verandering van de herstructurering van het bibliotheekstelsel, is de samenvoeging van de openbare bibliotheken en de blindenbibliotheken. Blindenbibliotheken hebben een speciale collectie leesmateriaal voor mensen die niet zo goed kunnen lezen, bijvoorbeeld omdat ze blind zijn, of een taalachterstand hebben. Deze blindenbibliotheek zal in de toekomst onderdeel worden van de openbare bibliotheek.
Een laatste aspect van overheidsbeleid met betrekking tot bibliotheken, is dat van het leenrecht. Als bibliotheken boeken, films of cd’s uitlenen, moeten ze daarvoor een vergoeding betalen aan de auteur, uitgever of producent. Al vanaf 1992 krijgen auteurs en uitgevers dankzij een Europese richtlijn een vergoeding voor het publieke leenrecht. De overheid heeft in 1995 de Nederlandse Auteurswet op deze richtlijn aangepast. Het leenrecht voor openbare bibliotheken is toen opgenomen in de wet.