17-02-2010 | Directie Emancipatie
De arbeidsparticipatie van vrouwen is de afgelopen jaren flink toegenomen. In 2005 werkte 53% van de vrouwen, terwijl dit percentage drie jaar later op 59% zat. Deze positieve ontwikkeling blijkt ook uit de Emancipatiemonitor 2008. Meisjes doen het goed in het onderwijs, vaak beter dan jongens. Ze vallen minder uit, halen hogere cijfers en studeren eerder af. Het onderwijs als emancipatiemotor doet dus zn werk.
Ondanks positieve resultaten is de emancipatie nog lang niet af. Stereotype beeldvorming over vrouwen en mannen bepaalt nog regelmatig de studie- en beroepkeuze en de taakverdeling thuis.
De ambities van het kabinet op het terrein van emancipatie zijn:
Om dit te bereiken heeft het kabinet een breed pakket wetgevende- en stimulerende maatregelen genomen. Daarvoor is in de begroting extra geld uitgetrokken. Minister Plasterk wil een actieve rol spelen in het internationale- en nationale emancipatiebeleid, en bij sectorale en lokale emancipatie-initiatieven.
Om bovenstaande doelen te halen is een gelijkere verdeling tussen vrouwen en mannen in arbeid en zorg nodig. Hiermee is dubbele winst te behalen: de kansen voor vrouwen op arbeidsmarkt worden vergroot en de mogelijkheden voor een actieve rol van mannen in de zorg voor kinderen worden verruimd.
Een meer gelijke verdeling, bijvoorbeeld in een 2x4-dagenmodel, vraagt om een cultuurverandering bij vrouwen en mannen, maar ook bij werkgevers. Daarom heeft het kabinet de Taskforce DeeltijdPlus ingesteld. Die heeft tot doel de huidige patronen in arbeidsduur bij vrouwen en bedrijven bespreekbaar te maken.
Een overzicht van het beleid voor deze kabinetsperiode staat in de emancipatienota Meer kansen voor vrouwen en in de beleidsreactie op het Plan van de man.