Afspraken bve (Kopenhagenproces)

08-05-2007 | Directie Internationaal Beleid

De Europese ministers van onderwijs maakten eind 2002 in Kopenhagen afspraken over meer samenwerking op het gebied van het beroepsonderwijs. Deze afspraken zijn vastgelegd in de ‘Verklaring van Kopenhagen’. De samenwerking zorgt voor een heldere kwalificatiestructuur waardoor bijvoorbeeld diploma’s beter met elkaar te vergelijken zijn. Ook moeten kwalificaties en competenties tussen de landen uitwisselbaar zijn.

Tijdens het EU-voorzitterschap van Nederland in 2004 is het Kopenhagenproces verder uitgewerkt in het Maastricht Communiqué. Dit Maastricht Communiqué richt zich zowel op het nationale als Europese niveau. Het zet het beroepsonderwijs in Nederland en Europa op de kaart. Een aantal afspraken:

  • Op nationaal niveau moet het beroepsonderwijs toegankelijker worden gemaakt voor doelgroepen die dreigen te worden uitgesloten van de arbeidsmarkt
  • Een leven lang leren moet worden uitgewerkt
  • Het erkennen van niet-formeel en formeel leren moet prioriteit krijgen

Activiteiten Maastricht Communiqué

De belangrijkste activiteiten uit het Maastricht Communiqué op Europees niveau zijn:

  • Het European Qualification Framework (EQF)
  • Europass
  • ECVET

Het European Qualification Framework (EQF)


De ministers van Onderwijs hebben in het Maastricht communiqué afgesproken om prioriteit te geven aan een open en flexibel Europees kwalificatieraamwerk. Dit biedt een gemeenschappelijke referentie om de erkenning en overdraagbaarheid van kwalificaties te bevorderen. Het uitgangspunt daarbij zijn de leerresultaten. Dit kwalificatienetwerk geldt voor:

  • het beroepsonderwijs
  • het algemeen (secundair en hoger) onderwijs
  • informeel en non-formeel leren
  • de arbeidsmarkt

Toepassing van het raamwerk gebeurt op basis van vrijwilligheid en wederzijds vertrouwen door partijen in Europa (dus niet dwingend door de EU via regelgeving).

Doelstellingen EQF

De belangrijkste doelstellingen van het European Qualification Framework (EQF):

  • het bevorderen van mobiliteit op de (Europese) arbeidsmarkt
  • het stimuleren van deelname aan leeractiviteiten (leven lang leren) op het niveau van de individuele burger

Het EQF richt zich op leerresultaten. Daarmee vervult het EQF een brugfunctie tussen de verschillende onderwijssystemen van de EU-lidstaten en tussen formeel en informeel leren.

Het voorgestelde EQF bestaat uit drie elementen:

  1. Acht referentieniveaus: Per niveau worden de leerresultaten beschreven aan de hand van ‘kennis, vaardigheden en professionele/persoonlijke competenties’.
  2. Gemeenschappelijke procedures en principes: Al eerder ontwikkelde “Common European Principles” dragen bij aan kwaliteitsborging en erkenning van informeel en non-formeel leren. Zo is een gemeenschappelijk begrippenkader ontstaan en wordt het wederzijdse vertrouwen ondersteund. In het Bologna-proces zijn standaarden en handleidingen voor kwaliteitszorg aangenomen.
  3. Ondersteunende documenten voor de individuele burger: Om mobiliteit van het individu te vergemakkelijken zijn (of worden) instrumenten ontwikkeld zoals de vernieuwde Europass en de Ploteus website. De Europass is het Europees systeem voor credit transfer in het beroepsonderwijs. De Ploteus-website bevat leermogelijkheden in heel Europa.

In 2005 stuurde de minister van OCW, mede op basis van een consultatieronde, een brief aan Eurocommissaris Figel over de ontwikkeling van EQF.

Europass

Dit bestaat uit vijf documenten waarmee burgers van de Europese Unie hun kennis en vaardigheden op uniforme manier kunnen vastleggen. Die vijf documenten zijn: het Europass CV, het Europass Taalpaspoort, Europass Mobiliteit, Europass Diplomasupplement (voor het hoger onderwijs) en Europass Certificaatsupplement.

ECVET

ECVET is het Europees transfersysteem voor leerresultaten in het beroepsonderwijs. Het gaat om een operationeel instrument dat de mobiliteit tussen de verschillende lidstaten bevordert. Net als de instrumenten EQF en Europass wordt ECVET in opdracht van de Europese Commissie ontwikkeld. In het najaar van 2006 is het ontwerp van het ECVET voorgelegd aan de lidstaten.

Nederlandse consultatie ECVET

Uit de Nederlandse ECVET-consultatie blijkt dat de doelstellingen van het transfersysteem breed worden onderschreven. Wel betwijfelen opvallend veel respondenten of het voorgestelde systeem het aangewezen instrument is om die doelstellingen te realiseren. Drie problemen komen daarbij naar voren:

  • Praktische problemen bij het onderkennen van eenheden in beroepen en opleidingen
  • Het toekennen van studiepunten aan leerresultaten
  • De betrokken instellingen vrezen dat een integrale invoering van het ECVET veel administratief werk met zich meebrengt

Voorwaarden goed functionerend ECVET

De staatssecretaris van OCW adviseert Eurocommissaris Figel nadrukkelijk aandacht te besteden aan verwante Europese instrumenten (EQF, Europass en het ECTS). Andere voorwaarden voor een goed functionerend ECVET die zijn genoemd:

  • Transparantie van de inhoud van beroepen en beroepsopleidingen
  • Grondslagen en procedures voor het identificeren en waarderen van individuele leerresultaten

Meer informatie