Uitwerking Europese afspraken

08-08-2008 | Directie Internationaal Beleid

Kern- of sleutelcompetenties

Voor de nieuwe uitdagingen die globalisering biedt, heeft elke Europese burger zekere sleutelcompetenties nodig. Dit zijn vaardigheden voor persoonlijke ontplooiing en ontwikkeling, actief burgerschap, sociale insluiting en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Onderwijs zorgt ervoor dat Europese burgers die benodigde kennis en vaardigheden verwerven. De Europese Commissie stelt een referentiekader voor met acht sleutelcompetenties die iedereen in de context van leven lang leren nodig heeft.

Acht sleutelcompetenties
De acht sleutelcompetenties van het voorgestelde referentiekader (Reference Framework) zijn:

  1. Communicatie in de moedertaal
  2. Communicatie in vreemde talen
  3. Wiskundige competentie en basiscompetenties op het gebied van wetenschappen en technologie
  4. Digitale competentie
  5. Leercompetentie
  6. Interpersoonlijke, interculturele, en sociale competenties en civiele (burgerlijke) competentie
  7. Ondernemerschap (in de brede zin van het woord: ondernemende geest, flexibiliteit, initiatief, creativiteit etc.)
  8. Cultureel bewustzijn

Nederlandse kerndoelen

In Nederland zijn voor het primair onderwijs door de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) nieuwe kerndoelen ontwikkeld. Voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs heeft de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming in nauwe samenwerking met het onderwijsveld nieuwe kerndoelen ontwikkeld. Deze nieuwe kerndoelen passen uitstekend in het bovenstaande Europese referentiekader.

Naar boven

Beroepserkenning

Binnen de EU bestaat een wettelijk stelsel voor het erkennen van beroepskwalificaties. Doel van dit stelsel is het vergemakkelijken van de toegang tot gereglementeerde beroepen in een andere lidstaat. Op de volgende site staat alle informatie over de beroepen waarop het stelsel van toepassing is, de procedures en de contactpersonen.

Naar boven

Leraren

Het streven is om binnen de EU te komen tot verbetering van de kwaliteit in het onderwijs via de open methode van coördinatie. De daartoe gehanteerde instrumenten zijn de Common European Principles, Peer Learning Activities en Benchmarking.

Common European principles
In het kader van de Lissabonstrategie zijn in 2002 in EU-verband expertgroepen in het leven geroepen. Voor leraren is de expertgroep A 'On improving the education of teachers and trainers' van belang. Het belangrijkste door expertgroep A ontwikkelde document is de 'Common European principles for teacher competences and qualifications'. In dit document zijn gemeenschappelijke uitgangspunten, sleutelcompetenties en aanbevelingen voor de leraar in de EU geformuleerd. De Europese Commissie wil het document in 2006 omzetten in een voorstel voor een aanbeveling van de Raad en het Europees Parlement. Het doel hiervan is de nationale autoriteiten uit te nodigen de Common European Principles te gebruiken als referentiepunt bij de verdere ontwikkeling van het lerarenbeleid.

Peer learning activities
Een recente ontwikkeling (2005) op het gebied van leren van elkaar is die van peer learning. Onder coördinatie van de Europese Commissie pakt een aantal lidstaten beleidsrelevante thema's op die zich lenen voor een peer learning activity (PLA) in Europees verband. Het interessante hieraan is de brede betrokkenheid vanuit het veld zelf. Bij deze groepen ligt - vergeleken bij de expertgroepen - de nadruk meer op implementatie. Deze activiteiten betreffen meerdaagse (vijf dagen) sessies in een gastland rond een specifiek thema. Deelnemers aan de PLA's zijn bij voorkeur sleutelfiguren rond de specifieke thema's. Niet alle betrokken landen kunnen deelnemen aan de PLA's. Ieder land moet een keuze maken.

Benchmarking
In 2005 hebben de expertgroepen benchmarking indicatoren geformuleerd. Daarmee kan de professionele ontwikkeling van leraren worden gemeten.

Naar boven

Talenbeleid

De Europese Unie moedigt haar burgers actief aan om andere Europese talen te leren. Dit is belangrijk voor hun persoonlijke en beroepsmobiliteit binnen de interne markt. Maar ook ter versterking van interculturele contacten en wederzijds begrip. Door andere talen te leren en te spreken, stellen we ons open voor anderen en voor hun cultuur en hun visie. Ook verbeteren we onze cognitieve vaardigheden en onze kennis van de moedertaal en krijgen we de kans in een andere lidstaat te werken of te studeren.

In 2003 bracht de Europese Commissie een 'Actieplan voor het leren van talen en de taalkundige verscheidenheid' uit. In antwoord op het verzoek van de Commissie heeft Nederland in 2005 ook een eigen Nederlands activiteitenprogramma moderne vreemde talen uitgebracht.

Programma’s van de Europese Unie

Programma’s van de Europese Unie zijn bedoeld als aanvulling op het eigen onderwijsbeleid van de lidstaten. Elke lidstaat is zelf verantwoordelijk voor zijn onderwijsbeleid, inclusief het taalonderwijs.

Gezamenlijke projecten buitenlandse scholen

Gezamenlijke projecten met buitenlandse scholen die uitmonden in uitwisselingen, kunnen leerlingen motiveren om vreemde talen te leren. Content and Language Integrated Learning (CLIL) biedt leerlingen de kans hun tweede taal in de praktijk te gebruiken. Daarbij volgen leerlingen vakken als geschiedenis en aardrijkskunde in een vreemde taal. In Nederland kennen we hiervoor het tweetalig onderwijs (TTO).

Ontwikkeling taalvaardigheidsindicator

In maart 2002 riep de Europese Raad in Barcelona op tot verdere maatregelen om de beheersing van basisvaardigheden te bevorderen. In het bijzonder legde de Raad de nadruk op het onderwijs van tenminste twee vreemde talen vanaf zeer jonge leeftijd. Ook verzocht de Raad in 2003 om de vaststelling van een taalvaardigheidsindicator. Die was nodig om vooruitgang op weg naar de nieuwe doelstelling te meten.

In 2005 ontwikkelde de Commissie hiervoor een voorstel waarover de onderhandelingen nog gaande zijn. De stand van zaken is nu dat een adviesraad wordt ingesteld die de Commissie gaat assisteren bij het uitschrijven van de tender voor ontwikkeling van de indicator. Regelmatig komt in Brussel een groep met talenexperts uit de lidstaten bijeen. Zij adviseren de Commissie over de ontwikkeling van de taalvaardigheidsindicator en andere zaken op talengebied.

Naar boven