Over kinderopvang

14-10-2009 | Directie Kinderopvang

In 2008 maakten in totaal 715.000 kinderen gebruik van kinderopvang. 322.000 kinderen gingen naar de dagopvang (0-4 jarigen), 238.000 naar buitenschoolse opvang (4-12 jarigen) en 155.000 kinderen maakten gebruik van gastouderopvang, waarvan 90.000 0-4 jarigen en 65.000 4-12 jarigen.

Vormen kinderopvang
De volgende vormen van kinderopvang vallen onder de Wet kinderopvang:

  • dagopvang - opvang in een crèche of kinderdagverblijf, voor kinderen van nul tot vier jaar gedurende één of meer dagdelen per week het hele jaar door;
  • buitenschoolse opvang - opvang van kinderen in de basisschoolleeftijd  vóór en/of na schooltijd, tijdens studie- en adv dagen van leraren en in de vakanties.  Met ingang van het schooljaar 2007-2008 zijn scholen verplicht om de aansluiting met de buitenschoolse opvang te organiseren als ouders daar om vragen. Meer informatie hierover vindt u onder 'Aansluiting onderwijs en kinderopvang';
  • gastouderopvang - opvang van kinderen in de woning van de gastouder of de vraagouder. De gastouder mag tegelijkertijd maximaal vier kinderen (exclusief eigen kinderen) onder de hoede nemen. Onder de Wet kinderopvang vallen alleen gastouders die zijn aangemeld bij een geregistreerd gastouderbureau;
  • innovatieve gastouderopvang - een experimentele variant van gastouderopvang. De gastouder mag in dit geval zes ‘niet eigen’ kinderen opvangen.

Vrienden-/familiediensten, au-pairs of een incidentele oppas (de zogenaamde informele opvang) en tieneropvang vallen niet onder de Wet kinderopvang.

Daarnaast vallen peuterspeelzalen en tussenschoolse opvang (het ‘overblijven’ van schoolgaande kinderen) ook niet onder de wet. Voor meer informatie over deze twee onderwerpen kunt u terecht bij uw gemeente (peuterspeelzalen) of de school van uw kind (tussenschoolse opvang). Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het overblijven. Samen met de ouders bepaalt de school hoe dit wordt georganiseerd.

Aansluiting onderwijs en kinderopvang
Vanaf het schooljaar 2007-2008 zijn scholen verplicht voorschoolse- en naschoolse opvang aan te bieden. Scholen kunnen de opvang zelf organiseren of een samenwerking met een kinderopvangorganisatie aangaan.

Hierbij zijn de volgende punten van belang:

  • ouders blijven zelf verantwoordelijk voor de opvang van hun kind(eren). Zij betalen de kosten en  kunnen (onder bepaalde voorwaarden) een tegemoetkoming in die kosten krijgen via de Wet kinderopvang;
  • de opvang kan bestaan uit voorschoolse opvang, naschoolse opvang en opvang op vrije dagen en schoolvakanties of een combinatie hiervan;
  • basisscholen krijgen de wettelijke taak de aansluiting met de erkende kinderopvang te regelen als ouders daarom vragen;
  • ouders maken hun wensen kenbaar bij de school. De scholen werken dit in overleg met de medezeggenschapsraad uit in een model;
  • als een school in samenspraak met de medezeggenschapsraad kiest voor één specifieke kinderopvangonderneming, moet deze de school op verzoek van andere kinderopvangondernemingen praktische informatie verstrekken die nodig is voor de opvang van kinderen. Te denken valt aan informatie-uitwisseling over het ophalen van de kinderen en het ter beschikking stellen van roosters van de school;
  • de opvang kan plaatsvinden in een geregistreerd kindercentrum (al dan niet binnen het schoolgebouw) ofwel bij een gastouder via een geregistreerd gastouderbureau; 
  • de Wet kinderopvang waarborgt de kwaliteit van de opvang en het toezicht daarop.