09-12-2009 | Directie Communicatie
Actieve burgers kúnnen en wíllen deelnemen aan de samenleving. Burgerschap gaat daarom over betrokkenheid, over actieve inzet, over diversiteit, acceptatie en tolerantie. Het vraagt ook reflectie op het eigen handelen, een respectvolle houding en een bijdrage aan de zorg voor de omgeving.
Sinds 1 februari 2006 hebben scholen de wettelijke opdracht om aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Deze opdracht hangt samen met een veranderende samenleving, die diverser en complexer is geworden. Maatschappelijke verbanden die jarenlang vanzelfsprekend waren, hebben aan betekenis ingeboet. Het bevorderen van samenhang binnen de samenleving begint bij het besef dat je die samenleving sámen maakt, dat ieder een eigen steentje bijdraagt. De school is bij uitstek de plek waar elke leerling kennismaakt met de verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten en waar leerlingen voorbereid worden op deelname aan de samenleving.
Naar bovenBurgerschapsvorming is geen apart vak. Het zit vervlochten in de totale educatieve loopbaan van de leerlingen, zodat dit onderwerp vanuit verschillende invalshoeken wordt benaderd. Het is daarmee een vanzelfsprekend bestanddeel van het onderwijsaanbod op scholen. In de kerndoelen voor het primair en voortgezet onderwijs komen de themas burgerschap en integratie dan ook regelmatig terug. Ook de maatschappelijke stage is een manier waarop scholen invulling geven aan burgerschap.
De vraag wanneer iemand een goede burger is, wordt niet door iedereen op dezelfde manier beantwoord. Scholen kunnen burgerschap invullen op basis van hun eigen visie en schoolcultuur. Dat kan op allerlei manieren. Het kan bijvoorbeeld gaan over burgerzin of over goed gedrag binnen de school. De school is hierbij een minisamenleving waar deze leerdoelen concreet vorm krijgen. Leerlingen leren op een positieve manier met elkaar om te gaan en leren over het gezamenlijk vormgeven en naleven van de schoolregels. Ook heeft burgerschap te maken met de relaties in de omgeving. Een goed voorbeeld hiervan is de maatschappelijke stage in het voorgezet onderwijs.
Kortom, burgerschap betekent weten hoe de politiek en de maatschappij in elkaar zit binnen onze democratische samenleving. Het gaat dan vooral om het ontstaan en het functioneren van de democratische rechtsstaat. De kernwaarden die bij die rechtstaat horen, zijn hiervan een belangrijk onderdeel. Deze kernwaarden zijn ondermeer neergelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM).
Naar bovenBurgerschap kan op verschillende manieren vorm krijgen. De overheid bepaalt niet hoe dat gebeurt maar ziet er wel op toe dat dit gebeurt. OCW zorgt hierbij voor ondersteuning. De voorlichtingspublicatie van CFI en het toezichtkader van de Inspectie van het Onderwijs over dit onderwerp geven een toelichting op de opdracht om bij te dragen aan burgerschap en sociale integratie.
Sinds 2007 ondersteunt OCW de scholenpanels actief burgerschap. Onderzoekers, ontwikkelaars, scholen en onderwijsinspectie werken hierin samen aan effectieve manieren om burgerschap in de klas te bevorderen. Het aanbod dat hieruit ontstaat is niet verplicht. OCW wil scholen de ruimte geven om te kiezen voor een invulling die past bij hun (levensbeschouwelijke) visie, die rekening houdt met hún omgeving, de achtergrond van hún leerlingen en de wensen van de ouders van die leerlingen.
Naar bovenSinds het schooljaar 2006/2007 ziet de inspectie in het reguliere onderwijstoezicht toe op de manier waarop scholen voor primair en voortgezet onderwijs invulling geven aan burgerschap en sociale integratie.