07-11-2007 | Directie Communicatie
Onderwijs legt de basis voor een eigen plek in de samenleving. Kinderen van vijf jaar en ouder zijn daarom leerplichtig. Maar meestal gaan ze al eerder naar school. Het basisonderwijs bereidt kinderen voor op het voortgezet onderwijs. Na acht jaar kiezen leerlingen voor het havo, vmbo of vwo. Met een diploma voor het voortgezet onderwijs op zak zetten ze de volgende stap. Het gekozen vakkenprofiel en het behaalde diploma zijn hierbij bepalend.
Jongeren staan gemiddeld op hun zeventiende of achttiende voor de vraag welke opleiding ze gaan volgen. Dat is best een lastige keus. Het aanbod in Nederland is dan ook erg groot. Het varieert van allerlei beroepsopleidingen op mbo of hbo-niveau, tot een groot aantal studierichtingen aan de universiteit. Iedereen boven de achttien kan bovendien volwasseneneducatie volgen. Scholen bepalen onder toezicht van de Onderwijsinspectie steeds meer zelf de inhoud van het onderwijs. Met meerjarenplannen leggen de scholen hierover verantwoording af.
Jongeren die zonder diploma van school gaan, hebben minder kans op een geschikte en leuke baan. OCW besteedt er daarom extra aandacht aan om uitval te voorkomen. Het doel is om te zorgen dat jongeren met een startkwalificatie (diploma dat op de arbeidsmarkt de beste kansen biedt) van school komen. Een vmbo-diploma geeft wel toegang tot het mbo, maar is géén startkwalificatie. Dat geldt wel voor een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2).
Jongeren tot 23 jaar zonder diploma die niet meer op school komen meldt de school bij de gemeente als voortijdig schoolverlater. Het doel is om de schoolverlater terug naar school te krijgen om alsnog een diploma te halen.