18-02-2010 | Directie Communicatie
Onderwijskwaliteit
Voortgezet onderwijs bereidt jongeren voor op hun toekomst. De kwaliteit van het onderwijs kan daarom niet goed genoeg zijn!
De afgelopen tijd is gebleken dat de taal- en rekenvaardigheden van jongeren afnemen. Daarom werken we aan beter taal- en rekenonderwijs. Ook bouwen we momenten in, om de gehaalde niveaus te toetsen. Zodat we op tijd kunnen ingrijpen. En kunnen voorkómen dat een kind een reken of taalachterstand oploopt.
Voor scholen moet duidelijk zijn wat wel en niet tot hun taak behoort. De afgelopen jaren hebben scholen allerlei maatschappelijke taken op hun bord gekregen. Door te investeren in voldoende leraren, voldoende onderwijs ondersteunende medewerkers en support van buiten de school op het gebied van onder meer zorg, kan de school zich bezighouden met haar belangrijkste taak: lesgeven.
Goed onderwijs weet uit elke leerling het beste naar boven te halen en laat geen talent onbenut. Onderpresteren moet worden voorkomen, excelleren moet worden gestimuleerd. Dat vraagt om leraren die bij elke leerling er uit halen wat erin zit. Daarom investeren we in de kwaliteit van leraren. Want een goede leraar maakt het verschil.
Trots op het beroepsonderwijs
Meer dan 60% van de Nederlandse jongeren volgt een beroepsopleiding. Of afgestudeerde mboers nu werken aan nieuwe technologie, handen leveren aan het bed of brood bakken bij u om de hoek, als vakmensen zijn ze onmisbaar voor onze samenleving.
Juist sectoren als techniek en zorg kennen razendsnelle ontwikkelingen. Vakmensen van morgen moeten weten hoe ze op die veranderingen kunnen inspringen. Het beroepsonderwijs moet genoeg aandacht besteden aan het ontwikkelen van die vereiste beroepshouding.
Daarom werken we vanaf augustus 2010 met de kwalificatiestructuur. Daarin wordt per opleiding vastgelegd wat een student na zijn opleiding moet weten (kennis) kunnen (vaardigheden), en doen om overeind te blijven op een dynamische arbeidsmarkt.
Deze modernisering is een actie van scholen, het bedrijfsleven en de overheid samen. Het programma wordt door scholen zelf ingevuld, in samenwerking met het bedrijfsleven.
Maatschappelijke stage, goed voor elkaar
In onze westerse maatschappij neemt het individualisme toe. Tegelijkertijd is de diversiteit ook enorm toegenomen. In die twee ontwikkelingen schuilt het gevaar dat de sociale samenhang in de samenleving afneemt. Daar wil ik voor de toekomst een positieve wending aan geven, door jongeren allemaal een maatschappelijke stage te laten doen. Dat betekent dat jongeren vrijwilligerswerk gaan doen tijdens hun middelbare schooltijd. Zodat ze kennismaken met mensen, gewoonten, gedachten en handelswijzen, die anders buiten hun belevingswereld zouden zijn gebleven.
Zo wordt de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren gestimuleerd, en groeit hun besef van waarden en normen. Ook maakt een maatschappelijke stage het onderwijs aantrekkelijker: leren door zelf te doen, leren van en samen met anderen.
Minder voortijdig schoolverlaters
Jaarlijks gaan er te veel jongeren van school, zonder dat ze een startkwalificatie gehaald hebben. Dat is een diploma op tenminste havo of mbo2 niveau. Wie eenmaal zonder diploma aan het werk is ziet zijn kansen op de arbeidsmarkt, met het ouder worden, meestal steeds verder afnemen. Ik vind dat elke jongere de kans verdient om een geschikte opleiding te volgen en zijn ambities waar te maken. Om later volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Daarom investeren we flink, in het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Daarbij ligt het accent bij de aanval op schooluitval op preventie.